‘Nederland wereldkampioen deeltijd werken’, ‘Nederlandse deeltijdcultuur verergert personeelstekorten’, ‘Deeltijdwerk doet vrouwen de das om’, om maar een paar van de nieuwskoppen te noemen. Sinds het personeelstekort weer opspeelt is één van de oorzaken, de Nederlandse deeltijdcultuur, weer flink in opspraak. Het gaat in deze discussie vooral om vrouwen. Wil Portegijs geeft inzicht als expert op dit vraagstuk.
Portegijs is sociaal psycholoog en werkt sinds 2002 bij het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) als wetenschappelijk medewerker. Portegijs werkte tot 2020 mee aan de tweejaarlijkse Emancipatiemonitor van het SCP en het CBS. Daarna trok de SCP zich terug uit de samenwerking. De Emancipatiemonitor meet hoe de gelijkheid tussen mannen en vrouwen in Nederland ervoor staat. Ook doet Portegijs onderzoek naar de arbeidsdeelname en economische zelfstandigheid van de vrouw. Ze vertelt over de diepgewortelde deeltijdcultuur in Nederland en de trends die zij volgt over dit onderwerp.
Zeventig procent van de werkende vrouwen in Nederland werkt parttime. Dit tegenover een kleine twintig procent van de werkende mannen. Minder deeltijdbanen of grotere deeltijdbanen zouden het personeelstekort kunnen oplossen, beter zijn voor de emancipatie van de vrouw en ook belangrijk voor de financiële onafhankelijkheid van de Nederlandse vrouw. Maar waarom vormt de Nederlandse deeltijdcultuur een probleem voor sommige vrouwen. En in hoeverre is het een probleem voor de samenleving? En hoe lossen we dat mogelijke probleem op? Wil Portegijs geeft inzicht als expert op dit vraagstuk.
Discussie beleid kinderopvang
Portegijs merkt op hoe bij de discussie over deeltijdbeleid het altijd gaat over vrouwen met jonge kinderen. Ze noemt hoe de kinderopvang beter moet en vooral goedkoper en meer toegankelijk. Zo verandert de discussie over deeltijdbeleid al snel in een discussie over het beleid van kinderopvang. Portegijs spreekt over een versimpeling van het probleem: ‘De meeste vrouwen die parttime werken, hebben helemaal geen jonge kinderen.’
Het krijgen van kinderen is namelijk echt niet de enige reden voor de lage arbeidsduur van Nederlandse vrouwen. Één jaar na het afstuderen werken vrouwen al twee keer zo vaak in deeltijd als mannen. Portegijs verwacht dat juist nu de personeelstekorten in sectoren waar veel vrouwen werken zo hoog zijn, er eindelijk naar alle andere vrouwen gekeken wordt. Want het beleid rondom het deeltijdwerk richt zich voornamelijk op vrouwen met jonge kinderen. Terwijl het merendeel van de deeltijdwerkende vrouwen geen jonge kinderen heeft, namelijk maar vier op de tien vrouwelijke parttimers.
Het krijgen van kinderen is wel een kantelpunt in de carrière van veel vrouwen. Na het moederschap gaat 39 procent minder werken, vijf procent van de vrouwen stopt zelfs met werken. ‘De keuzes die vrouwen maken over de uren die zij werken als hun eerste kindje geboren wordt trekken door tot het pensioen’, aldus Portegijs. De titel van haar eerder onderzoek beschrijft alles: ‘Eens deeltijd, altijd deeltijd; waarom moeders in deeltijd blijven werken als hun kinderen groot zijn.’ Uit haar onderzoek blijkt dat deeltijdwerken in de samenleving is ingesleten, zowel in hoe we die hebben ingericht als in opvattingen. Bijvoorbeeld dat het thuis bij de moeder toch het beste is voor een kind.
Werkgevers voortouw
Het is alleen niet zo vanzelfsprekend dat wanneer de zorg voor de kinderen minder wordt, vrouwen weer meer gaan werken. Hier valt volgens Portegijs het meeste in de arbeidsduur van vrouwen te winnen. Dit is de periode waarin kinderen schoolgaand zijn. Volgens haar ligt er een mogelijkheid om vrouwen weer meer uren te laten werken als kinderen naar de basis- of middelbare school gaan. Werkgevers zouden hierin het voortouw kunnen nemen.
‘Het zou een positieve ontwikkeling zijn als er flexibeler met de arbeidsduur omgegaan kan worden door de werkgevers. Ze zouden in gesprek kunnen gaan met alle werknemers, welk gender dan ook, om de meest optimale arbeidsduur per individu te bespreken.’
‘In sectoren waar veel vrouwen werken, zijn er ook veel vrouwen die meer zouden willen werken maar dat niet voor elkaar krijgen’, bijvoorbeeld in de kinderopvang, zegt Portegijs. Voorheen mochten begeleidsters dan maar vier dagen voor de groep staan. Soms wilden die vrouwen dan wel fulltime werken. De laatste tijd met de personeelstekorten zou dat wel eens anders kunnen zijn, voegt ze eraan toe. Uit eerder onderzoek genaamd ‘Ongelijk aan de start’ van sociaalwetenschappelijk onderzoekers Ans Merens en Freek Bucx uit 2018 blijkt dat van de jonge vrouwen de helft deeltijds werkt maar daar niet voor gekozen heeft.
Deeltijdcultuur
Vaak wordt de Nederlandse deeltijdcultuur vergeleken met de minder hoge deeltijdcijfers in andere Europese landen. Portegijs noemt dat het grote verschil met bijvoorbeeld Zweden zich grondt in de andere afslag die Nederland in de tweede emancipatiegolf genomen heeft. ‘Nederland is pas heel laat begonnen met het regelen van de kinderopvang. In Scandinavië waren ze daar veel eerder mee. Al in de jaren ’30 begonnen ze daar met het toegankelijk maken van de kinderopvang.’ Dit was daar een belangrijke stap voor de emancipatie van vrouwen.
In Nederland werd in de jaren ’80 het deeltijdwerken een kernpunt van het emancipatiebeleid, het werd aan alle kanten gestimuleerd. Dit zodat vrouwen zouden gaan werken. ‘We hebben deeltijd werken in Nederland heel aantrekkelijk gemaakt, en kinderopvang niet zo. En dat werkt nu nog door’, aldus Portegijs. Dit zorgt ervoor dat er in veel huishoudens sprake is van het zogenoemde anderhalfverdienersmodel, waar de ene partner voltijd werkt en de ander deeltijd.
Deeltijdwerken in beklaagdenbankje
Begin deze eeuw is de mening over parttime werkende vrouwen veranderd, volgens Portegijs. ‘Deeltijd werken is niet goed voor je economische zelfstandigheid, het is niet goed voor de doorstroming naar hogere functies en daar bovenop niet goed voor de arbeidsmarkt.’ Door deze inzichten kwam deeltijdwerken in het beklaagdenbankje terecht. Maar het aanpakken van de deeltijdcultuur blijkt lastig. Volgens Portegijs zit de cultuur verstrengeld in alles: kort betaald geboorteverlof voor ouders, moeilijk aan kinderopvang komen, schooltijden die voltijd werken tegenwerken, werkgevers die vragen om deeltijdwerkers.
‘Ook voelt de man zich nog steeds meer kostwinner dan de vrouw, dus ook op persoonlijk vlak gaan onze normen in tegen voltijdwerken voor vrouwen.’
‘Ik zie het anderhalfverdienersmodel als een ingesleten pad op de hei: je kunt er links of rechts langslopen, maar het loopt niet het makkelijkst.’ Dus wat we zien is dat veel vrouwen toch het ‘meest voor de hand liggende’ pad kiezen omdat dit het beste past binnen de normen van de samenleving, aldus Portegijs. Volgens de sociaal psycholoog past dit model binnen onze cultuur en structuur. Met de tijd zullen volgens haar de opvattingen moeten veranderen en zullen er andere vrouwelijke voorbeelden moeten zijn. Als we willen dat vrouwen meer gaan werken zullen we daar ook onze samenleving op moeten aanpassen en op inrichten. Andere schooltijden, voltijdwerken in elke sector mogelijk maken en langer betaald ouderschapsverlof, volgens Portegijs de startpunten voor een samenleving waarin vrouwen meer uren zullen werken.
