Corrine Franklin bestuurt een stad tussen havenwelvaart en dagelijkse zorgen: ‘Felixstowe is een wereld van contrasten’

Toen Corrine Franklin in mei burgemeester werd van Felixstowe, had ze één thema voor ogen: gemeenschap. Niet als abstract begrip, maar als iets tastbaars. Inwoners spreken, aanwezig zijn, luisteren. “Ik zie mezelf een beetje als een luidspreker voor Felixstowe,” zegt ze, terwijl ze de zware ambtsketting rechtlegt in de raadszaal van het stadhuis.

Felixstowe is geen stad die zich makkelijk laat samenvatten. Aan de ene kant ligt een van de grootste containerhavens van Europa, aan de andere kant een kustplaats met een pier, een promenade en een winkelstraat vol koffietentjes. Franklin woont hier al bijna veertig jaar. “Van het ene uiterste naar het andere,” zegt ze. “Van grote huizen aan de kliffen tot kleine straten dichter bij het centrum. Dat maakt Felixstowe bijzonder.”

De rol van burgemeester is intens. Gemiddeld meer dan tweehonderd afspraken per jaar, vertelt gemeentesecretaris Ash Tadjrishi. Franklin knikt. Ze opent evenementen, bezoekt buurtinitiatieven, zit vergaderingen voor. Het ambt is officieel onpartijdig, maar persoonlijk mag het wel degelijk zijn. Elke burgemeester kiest haar eigen goede doelen. Franklin koos er dit jaar twee, allebei klein en lokaal.

De eerste is de Felixstowe Opportunity Group, ooit opgericht door ouders van kinderen met een beperking, onder wie Franklin zelf. Haar dochter heeft het syndroom van Down. “Dertig jaar geleden was er gewoon niets,” zegt ze. “Dus begonnen we als ouders zelf iets.” De tweede is de St Philip Community Hub: een laagdrempelige ontmoetingsplek met een voedselbank, koffie, cake en vooral gezelschap. “Je hoeft nergens lid van te zijn. Je kunt gewoon binnenlopen.”

Het typeert hoe Franklin naar haar rol kijkt. Niet groots en visionair, maar praktisch en nabij. Toch is ze niet blind voor de spanningen in de stad. Felixstowe groeit, er komen nieuwe woningen bij, maar voorzieningen staan onder druk. “Een afspraak bij de dokter of tandarts is nu al lastig,” zegt ze.

“Mensen maken zich zorgen: wat gebeurt er als de stad verder groeit?”

Over armoede spreekt Franklin voorzichtig. Ze wil niet overdrijven, benadrukt dat Felixstowe het ‘vergeleken met andere kustplaatsen’ goed doet. Tegelijk erkent ze dat de kosten van levensonderhoud voor veel mensen zwaar wegen. De gemeente probeert vooral te ondersteunen via vrijwilligersinitiatieven. Gemeentesecretaris Tadjrishi wijst op de enorme inzet van inwoners: “We hebben hier honderden actieve vrijwilligersgroepen. Dat zie je niet overal.”

Als het over haar dromen voor Felixstowe gaat, wordt Franklin opvallend concreet. Ze noemt met trots de komst van een Sainsbury’s, een grote Engelse supermarkt, een Premier Inn-hotel, en – bijna verontschuldigend – twee Lidl-filialen. Ze lacht: “Voor een kleine stad is dat toch wat.” Jammer vindt ze dat een Wetherspoons-pub er nog niet is gekomen: een goedkope Britse keten die in veel steden fungeert als sociale ontmoetingsplek.

Groots denken zit hem voor Franklin niet in megaprojecten, maar in behoud. “Ik wil niet dat Felixstowe zijn identiteit verliest,” zegt ze. “Het is geen resort, geen industriestad, geen slaapstad. Het is van alles een beetje.”

Romée Pietersen
Romée Pietersen
Artikelen: 23