Nederlandse vrouwen werken de minste uren in loondienst van heel Europa. In sectoren waar het grootste aandeel vrouwen is zijn er flinke personeelstekorten, zoals in de zorg en het onderwijs. Een probleem dat mogelijk deels opgelost kan worden met meer-urige deeltijdbanen of voltijdbanen. Dikwijls wordt er negatief gekeken naar het deeltijdwerken van Nederlandse vrouw. In hoeverre is het deeltijdwerken een persoonlijke keuze. In hoeverre hangt die keuze samen met een scheve verdeling van de huishoudelijke taken en de zorg voor kinderen? En wat voor effecten heeft de keuze van deeltijdwerken op de beroepsgroep?
Zeventig procent van de werkende vrouwen in Nederland heeft een deeltijdbaan. Van de werkende mannen werkt maar 20 procent parttime, een flink contrast. Minder deeltijdbanen zouden goed zijn voor de emancipatie van vrouwen en voor de economische zelfstandigheid van vrouwen, blijkt uit de cijfers. En voor stellen geldt: Hoe gelijker een relatie is op werk en huishoudelijk gebied, des te gelukkiger de stellen zijn.
Absolute koploper
Vergeleken met de rest van Europa werken relatief veel Nederlandse vrouwen. Tachtig procent van de vrouwen werkt, tegen over een Europees gemiddelde van 65 procent. In Italië en Griekenland werken relatief de minste vrouwen: ongeveer de helft van de vrouwelijke beroepsbevolking heeft er een betaalde baan. Met het percentage deeltijdwerkende vrouwen is Nederland de absolute koploper van de Europese Unie, maar liefst 70 procent. Het tweede land op de EU-lijst is Oostenrijk met de helft van de werkende vrouwen die deeltijd werkt. Het Europese gemiddelde vrouwelijke deeltijdwerkers is nog geen een derde van de vrouwen, een flink verschil met Nederland.
Sophie Hendriks (24) is een docent op een basisschool en werkt in deeltijd. Na haar studie aan de Pabo begon ze met een 24-uurs contract bij een basisschool. Het parttime werken was een bewuste keuze. Na de stages die ze liep tijdens haar studie kwam ze erachter dat fulltime werken in het onderwijs niet kon in verband met haar gezondheid. ‘Na een week fulltime werken werd ik veel sneller ziek, had ik vaker longontsteking en veel last van migraine. Hierdoor kwam ik aan mijn huishoudelijke taken niet meer toe, laat staan mijn sociale leven’, aldus Hendriks.
Tweederde economisch zelfstandig
Uit de meest recente cijfers blijkt dat van de Nederlandse vrouwen tweederde economisch zelfstandig is. Je bent economisch zelfstandig als je op bijstandsniveau of hoger zit qua inkomen. Van de praktisch opgeleide vrouwen is 36 procent economisch zelfstandig, tegenover 82 procent van de theoretisch opgeleide vrouwen. Al in 1949 pleitte bekende filosofe en feministe Simone de Beauvoir voor financiële onafhankelijkheid voor vrouwen. ‘Alleen financieel onafhankelijke vrouwen kunnen hun eigen keuzes maken’, aldus De Beauvoir in haar boek De Tweede Sekse uit 1949.
Basisschool juf Sophie Hendriks kan zich deels vinden in de uitspraak van De Beauvoir. ‘Ik denk dat we als vrouwen altijd een keuze hebben. Maar deze keuzes wel veel makkelijker te maken zijn als je financieel onafhankelijk bent. Als je geen spaargeld hebt of geen inkomen maakt dit je keuzes veel lastiger. Toen ik een tijdje niet werkte en helemaal geen inkomen had, voelde ik mij bezwaard om het geld van mijn vriend uit te geven. Ondanks dat hij zei dat dat niet nodig was.’
In sectoren waar voornamelijk vrouwen werken zijn er de meeste kleine deeltijdbanen, en zijn de uurlonen daarnaast ook lager. Vooral in de zorg, schoonmaaksector en kinderopvang is het gebruikelijk en soms zelfs verplicht om deeltijd te werken. Belangenorganisatie Women Inc. zet zich in voor een snellere emancipatie in Nederland en wil Nederlandse vrouwen bewust maken van hun financiële (on)afhankelijkheid. ‘In onze alliantie Financieel Sterk door Werk richten wij ons op de financiële onafhankelijkheid van praktisch opgeleide vrouwen. De punten waar wij voor lobbyen gaan breder dan de drie sectoren zorg, schoonmaak en kinderopvang. In ons Genderongelijkheid puntenplan doen wij aanbevelingen voor het regeerakkoord voor een gelijkere verdeling tussen man en vrouw’, aldus Danielle Selak van Women Inc.
Financiële zelfredzaamheid minder belangrijk
‘Ieder voor zich past niet bij ons beeld van een goede relatie. Daarin deel je alles, en maakt het dus niet uit of de een minder of zelfs niks verdiend’, aldus Wil Portegijs, sociaal psychologe en wetenschappelijk onderzoeker bij het Sociaal en Cultureel Planbureau. Belangrijk voor stellen is vooral dat zij het idee hebben dat taken eerlijkverdeeld zijn. In onze cultuur is het heel normaal dat vrouwen meer zorgtaken en huishoudtaken op zich nemen. En dat mannen meer uren werken buiten de deur. Financiële zelfredzaamheid is voor veel partners niet het belangrijkste in de balans van een relatie. ‘Het idee voor economische zelfstandigheid is door de overheid gekoppeld aan de mogelijkheid van een echtscheiding.’ Volgens Portegijs is dit een slechte framing van een volgens haar belangrijk punt in relaties.
De sociaal psychologe vindt dat de financiële zelfstandigheid van beide partners gekoppeld zou moeten zijn aan partnerschap. Namelijk het idee dat beide partners voor de kinderen zorgen en voor het inkomen. Volgens Portegijs zorgt de koppeling van financiële zelfredzaamheid van beide partners aan echtscheiding voor een ongewenst effect. Partners willen niet denken aan een scheiding of de mogelijkheid om uit elkaar te gaan. Hendriks is van mening dat het als vrouw zijnde belangrijk is om je bewust te zijn van je economische positie. ‘Ik ben momenteel financieel afhankelijk van mijn vriend. Ik kan niet in mijn eentje de hypotheek of de vaste lasten betalen, bijvoorbeeld. Maar omdat ik werk heb ik wel een spaarpotje opgebouwd. Als we uit elkaar gaan, er iets gebeurt met een van ons, dan sta ik niet met lege handen. Ik ga er niet vanuit dat zoiets gebeurt, maar wil wel voorbereid zijn’, aldus Sophie.
Hardnekkige taakverdeling
Ondanks dat vrouwen van de nieuwe generatie meer uren zijn gaan werken, verdienen en studeren, doen ze nog altijd het meeste in het huishouden. Die taakverdeling blijkt hardnekkig. Uit een studie van het CBS blijkt dat mannelijke dertigers in de jaren ’80 nog altijd een even klein aandeel hebben in het huishouden als mannen die dertig waren in 2010.
Sophie Hendriks en haar vriend verdelen de taken in het huishouden beter. ‘Doordat hij veel thuis werkt maakt hij het hele huis schoon, gooit hij het vuilnis weg en ruimt hij de was op. Ikzelf hoef eigenlijk alleen te koken en de wasmachine aan te zetten. Zo doen we allebei waar we het beste in zijn.’ Sophie is zich bewust van haar positie en vindt het een voordeel dat ze in het onderwijs werkt. ‘Er is momenteel zo’n tekort aan juffen en meesters dat ik altijd meer uren zou kunnen werken, als ik dat zou willen. Dit zorgt voor een beetje extra zekerheid waar ik erg blij mee ben.’
