Wet Internationalisering in Balans brengt Nederlands hoger onderwijs uit balans

De minister van onderwijs, cultuur en wetenschap, Robbert Dijkgraaf, maakt zich hard voor de Wet Internationalisering in Balans (WIB). Volgens het Ministerie van OCW is het belangrijk balans te krijgen en minder internationale studenten te trekken omdat de toegankelijkheid voor Nederlandse studenten in gedrang kan komen. Wat zeggen de cijfers over de aantallen internationale studenten in Nederland, wat vinden de onderwijsinstellingen van het huidige wetsvoorstel en hoe volgen de internationale studenten in Nederland de vorderingen?

Overvolle collegezalen en hoge werkdruk onder docenten schaden mogelijk de kwaliteit van het onderwijs. Met de Wet Internationalisering in Balans is het, zoals de naam al voorspelt, de bedoeling om het hoger onderwijs weer in balans te krijgen. De afgelopen tien jaar is het aantal internationale studenten flink toegenomen. In het hoger onderwijs is een kwart van de studenten niet-Nederlands. Het grootste deel van de internationale studenten dat naar Nederland komt gaat een bacheloropleiding volgen aan een universiteit. Over deze cijfers later meer.

Lily Victoria (22) uit Zürich, Zwitserland. Foto: Romee Pietersen (C)

De Zwitserse Lily Victoria van tweeëntwintig jaar oud studeert Media and Culture, in de Engelse opleidingstrack, aan de Universiteit Utrecht. Victoria’s oudere zus studeerde in Londen, het plan was om haar zus op te volgen, maar door de Brexit werd het studeren in het Verenigd Koninkrijk moeilijk en onbetaalbaar. ‘Nederland is een van de weinige Europese landen waar er veel Engelstalige studies te volgen zijn aan openbare universiteiten’, vertelt Victoria. ‘Hierdoor was de keuze om naar Nederland te gaan makkelijk gemaakt; door de vele opties en omdat het betaalbaar is’, voegt ze Zwitserse eraan toe. De internationale studente woont al bijna drie jaar in Nederland en heeft onderhand haar draai gevonden, maar ze had andere verwachtingen bij haar studie in het buitenland.  

Victoria omschrijft de ervaring van haar zus in Londen: ‘Internationale studenten waren daar echt onderdeel van het sociale studentenleven, ook van de echte Britten. Hier in Nederland was het lastig contact te leggen met de locals, misschien komt dat ook omdat in Londen iedereen Engels spreekt.’ De Zwitserse studente vertelt over hoe de Universiteit Utrecht de studenten lokt met een grote internationale gemeenschap en het leren van de Nederlandse cultuur en gebruiken. In praktijk blijkt het echter een stuk lastiger voor de studenten om de connecties te leggen; ‘Ik heb mij aangemeld voor meerdere projecten waar internationale studenten gekoppeld zouden worden aan Nederlandse studenten. Op de een of andere manier sloeg dit nooit echt aan’, vertelt Lily Victoria.  

Victoria is weinig onder de indruk van de maatregelen en het wetsvoorstel van de WIB. ‘Ik denk dat veel Nederlanders en het Nederlandse systeem toch onbedoeld of bedoeld xenofoob zijn, dat vind ik ook van Zwitserland. Het grotere migratieprobleem, de internationalisering, globalisering en verengelsing van het onderwijs in Nederland, maar ook het woningprobleem; alles wordt toegeschreven aan migranten en internationals. Het is als het zoeken van een scapegoat, een zondebok. Ik denk dat deze wet het bewijs is dat internationale studenten ook gezien worden als onderdeel van het probleem, de veroorzakers’, vertelt Victoria. De Zwitserse studente vertrekt na dit studiejaar naar New York voor een stage en heet geen plannen om permanent terug te keren naar Nederland.  

Curaçaoër Lara de Luca (26) in Utrecht. Foto: Romee Pietersen (C)

Lara de Luca (26) studeert geneeskunde aan de Universiteit Utrecht. Ze is geboren en opgegroeid op Curaçao en heeft daardoor een Nederlands paspoort. Ze kwam in 2016 naar Nederland, dus woont hier al acht jaar. ‘Op Curaçao is het heel normaal dat je vertrekt van het eiland als je wil studeren. De opties op het eiland zijn heel beperkt’, aldus de bijna-basisarts. Haar plan was om na haar studie direct weer terug te gaan naar haar geboorte-eiland. ‘Onderhand is dat plan veranderd, ik heb een Nederlandse vriend, Sem, en voel mij onderdeel van de Nederlandse maatschappij. Voorlopig hoef ik nog niet terug naar Curaçao, alleen voor vakanties en om mijn familie te bezoeken’, zegt De Luca. 

De Luca is geen typische internationale student, haar Nederlands was niet perfect toen ze hier kwam studeren, maar ze had wel een basis. Desondanks had Lara wel tijd nodig om te aarden in Nederland. ‘Ik merkte dat medestudenten niet veel wisten van Curaçao. Ze vroegen mij grappend of ik wel opgegroeid was met internet. Het contact leggen ging het makkelijkst met huisgenoten’, aldus De Luca over de eerste periode dat zij in Utrecht woonde. 

Het wetsvoorstel van de Wet Internationalisering in Balans bestaat uit verschillende aanpassingen, dit zijn de drie belangrijkste peilers:

Onderdeel 1: Anderstalig onderwijs
In dit deel van het voorstel staat dat het maximaal aantal ingeschreven studenten aan anderstalige opleidingen beperkt mag worden.
Ook toetsing en cursussen in een andere taal mogen op Nederlandse opleidingen beperkt worden.

Onderdeel 2: Zelfregie
De regievoering van het hoger onderwijs wordt door de WIB aangepast. Zo kunnen de hogescholen en universiteiten niet meer zelf bepalen hoeveel studies in welke talen zij aanbieden en hoeveel internationale studenten zich mogen aanmelden bij Engelstalige studies.

Onderdeel 3: Numerus fixus
Het wetsvoorstel maakt het mogelijk dat een maximaal aantal aanmeldingen ook kan gelden voor een traject binnen een opleiding. Op dit moment kan een numerus fixus alleen nog gelden voor een gehele opleiding.
Met de voorgestelde wijziging kunnen er gerichter opleidingen beperkt worden met als doel de toegankelijkheid van het hoger onderwijs zo groot mogelijk te houden.

Mocht het wetsvoorstel doorgevoerd worden kan er dus onderscheid gemaakt worden tussen aanmeldingen van Nederlands sprekende en niet-Nederlands sprekende studenten. Momenteel kan dat nog niet, waardoor Nederlandse studenten evenveel kans hebben als internationale studenten. De Universiteit van Amsterdam is kritisch op het wetsvoorstel: ‘De voorgestelde maatregelen voor de numerus fixus zijn voldoende voor een duurzame balans in de internationalisering van het onderwijs. De verdere maatregelen omtrent taal en regie schieten hun doel voorbij en hebben mogelijk ongewenste effecten’, aldus Annelies van Dijk, woordvoerder van de UvA.

Tot 2014 was het grootste aandeel van de internationale studenten in Nederland Duits. Het aantal Duitse studenten is al sinds het begin deze eeuw tussen de 22 en 24 duizend per jaar. Sinds het studiejaar 2014 – 2015 is het aandeel internationale studenten van ander Europese nationaliteiten toegenomen. Het totale aantal internationale studenten in Nederland is sinds 2005 verzesvoudigd. 

Het wetsvoorstel Wet Internationalisering in Balans is niet het enige wat internationale studenten en het hoger onderwijs zorgen baart. Een aantal van de politieke partijen die in de Tweede Kamerverkiezingen van 2023 veel stemmen kregen, zijn vóór het weren van internationale studenten. Winnende partijen PVV en NSC willen minder buitenlandse studenten. De partijen noemen in hun verkiezingsprogramma’s dat het onderwijs weer grotendeels of compleet Nederlandstalig moet worden. 

Lara de Luca voelt zich niet angstig door de verkiezingsuitslag of het wetsvoorstel waaraan gewerkt wordt, maar voelt wel mee met medestudenten. ‘Ik voel mij al zo op mijn plek in Nederland dat mijn toekomstbeeld niet verandert door deze twee ontwikkelingen. Ik zie dat dit wel anders is voor medestudenten. Vooral de kleine subgroep Islamitische studenten voelt zich aangevallen door de verkiezingsuitslag, ze hebben het idee weggezet te worden als minderwaardig en voelen zich niet welkom’, ze vervolgt: ’Dat is wat ik in mijn kringen gezien heb.’ 

Voor de Technische Universiteit Eindhoven is de internationalisering enorm belangrijk. Zo’n dertig procent van de studenten die ingeschreven staan aan de universiteit zijn niet-Nederlands. De verhouding in het begin van studiejaar 2023-2024 was nog schever: meer dan de helft van de nieuwe studenten zijn internationals. Voorzitter van het College van Bestuur van de TU/e, Robert-Jan Smits, maakt zich zorgen na de uitslagen van de Tweede Kamerverkiezingen van afgelopen november. Minister Dijkgraaf wil dat het grootste deel van de colleges op universiteiten weer in het Nederlands gegeven wordt. ‘Aan de Technische Universiteit Eindhoven is dit een groot probleem, want meer dan de helft van de hoogleraren en docenten op onze universiteit spreekt geen of slecht Nederlands’, aldus Smits. 

Maurice Limmen, voorzitter van de Vereniging Hogescholen, vindt de maatregelen voor de Nederlandse hogescholen in het wetsvoorstel buiten proportie. Aan de Nederlandse hogescholen is bij de bacheloropleidingen maar acht procent van de studenten niet-Nederlands. ‘Wij begrijpen als vereniging niet waarom het wetsvoorstel zich niet alleen richt op de masterprogramma’s, daar zitten veruit de meeste internationale studenten en daar groeien de percentages het snelst’, aldus Limmen. De voorzitter van de VH benoemt hoe de internationale studenten zeker in de krimpregio’s van het land erg belangrijk zijn, internationale studenten weren in deze regio’s zou schadelijk zijn voor de Nederlandse arbeidsmarkt en vooruitgang. 

Een belangrijke reden voor het wetsvoorstel is de lage stay-rate van internationale studenten. Vijf jaar na afstuderen werkt nog maar een kwart van de internationale studenten in Nederland. Veel politieke partijen vinden dat Nederland niet meer de opleidingen van internationale studenten moet betalen, als ze daarna het land weer verlaten. De stay-rate van de TU/e is een stuk hoger, de universiteit was in 2017 de landelijke koploper met de meest blijvende studenten. Belangrijk voor de hoge stay-rate zijn de kamervoorzieningen voor studenten en het aantal vacatures in de regio dat open staat. 

Nieves Moran (22) op de International Campus Utrecht. Foto: Romee Pietersen

De Peruaans Spaanse studente Nieves Moran, opgegroeid in Catalonië, studeert voor haar derde jaar aan de Universiteit Utrecht. Moran is opgegroeid met conservatieve ideeën en vindt de mogelijke veranderingen door de WIB niet verrassend of teleurstellend. ‘Voor mij als individu zie ik niet hoe dit wetsvoorstel mijn toekomst in Nederland zou bepalen. Ik snap dat de Nederlandse overheid geld investeert in de opleidingen van internationale studeten, en dat het zinloos lijkt als deze studenten na hun studie vertrekken. Hun kennis blijft dan niet in Nederland, dus ik begrijp de standpunten’, vertelt de Peruaans Spaanse studente. Moran is van plan nog twee jaar in Nederland te blijven, maar wil daarna een paar jaar in Peru werken. ‘Het weer in Nederland is mij echt tegen gevallen, maar ik voel mij wel thuis hier’, sluit ze af.  

Moran, de Luca en Victoria zien alledrie niet het gevaar of de gevolgen van de mogelijke wetsverandering. De overeenkomende conclusie van de drie studentes is dat Nederlandse universiteiten en medestudenten niet zo verwelkomend zijn als ze lijken. Een groter Nederlands netwerk had bijgedragen aan een grotere kans op blijven in Nederland, voor Moran en Victoria. Het is vooralsnog de bedoeling dat de Wet Internationalisering per september 2024 in werking treedt. Momenteel wordt er nog aan de wet gewerkt. Normaal gesproken bij een wetsvoorstel komen er ongeveer vijf tot zes reacties, op dit wetsvoorstel kwamen er meer dan tweehonderd reacties. Voornamelijk van universiteiten en hogescholen.  Voorlopig blijven Nieves Moran en Lara de Luca nog in Nederland en verandert er voor nieuwe internationale studenten nog niets, maar daar kan snel verandering in komen.   

Romée Pietersen
Romée Pietersen
Artikelen: 23